Nederland is een windsurfland. Niet in de marge, maar in de kern van de olympische watersport. Geen enkele discipline binnen het Nederlandse zeilen, windsurfen en kitesurfen heeft zoveel olympisch succes opgeleverd als het windsurfen. Vier keer goud, van Stephan van den Berg tot Dorian van Rijsselberghe en Kiran Badloe en daarnaast het brons van Luuc van Opzeeland. En bij de mannen staat een nieuwe groep klaar.
Hidde van der Meer
Die erfenis is voelbaar, maar misschien nog wel zichtbaarder in de cultuur van de sport zelf. Windsurfers vormen binnen de watersport een eigen wereld. Informeel, vrij, soms bijna nonchalant aan de wal — maar compromisloos zodra het startschot klinkt.
Hoofdcoach Aaron McIntosh ziet dat verschil dagelijks:
“Windsurfers hebben iets eigens. Aan de kant is het relaxed, maar op het water gaat het volle bak. Die combinatie maakt deze groep zo interessant — en ook zo sterk.”
Die cultuur werkt door in de nieuwe generatie, die is opgegroeid met de namen die de sport groot hebben gemaakt. We lichten twee van de drie uit.
Max Castelein
Voor Max Castelein begon het niet met ambitie, maar met plezier en pas later met besef. “Eerlijk gezegd begon het gewoon als een vakantiepassie. Ik had daarvoor nooit gezeild. Maar op een gegeven moment hoor je de verhalen en zie je wat er is bereikt. Toen ik begon was Dorian van Rijsselberghe dé naam. Ik was 14. Hij had net goud gewonnen in Rio. Twee keer zelfs. Alleen besef je op dat moment nog niet hoe bijzonder dat eigenlijk is.”
Dat veranderde toen hij zelf dichter bij de top kwam. “Ik heb Kiran Badloe nog meegemaakt op de topsportacademie en met Luuc van Opzeeland getraind richting zijn bronzen medaille. Dan zie je pas echt wat ervoor nodig is.”
De afstand tot de top is klein, maar voelbaar. “Het niveau ligt zó dicht bij elkaar. Iedereen kan winnen als alles klopt. Van buitenaf lijkt het misschien alsof Nederland altijd medailles pakt, maar zo werkt het niet. Je moet er echt doorheen.”
En dat betekent uiteindelijk ook: je voorbeelden voorbij. “Dat voelt soms als een onneembare vesting. Maar ik heb tegen mezelf gezegd: ik ga er alles aan doen. Hoe ver dat brengt, gaan we zien.”
Max Castelein
Hidde van der Meer
Voor Hidde van der Meer is inspiratie vanaf het begin tastbaar geweest: “Toen ik een jaar of tien was, zag ik Dorian van Rijsselberghe en Kiran Badloe varen in Medemblik. Ik zeilde Optimist, toen dacht ik al: dit wil ik ook. Later heb ik mijn eerste windsurflessen gehad van Luuc van Opzeeland. Dat ik nu met die gasten train en tegen ze vaar, blijft bijzonder.”
Maar ook voor hem geldt: inspiratie is niet genoeg. “Soms denk je: waar ben ik mee bezig, dit is zó vet. Maar je weet ook dat je er een keer voorbij moet. Daar ben ik nu mee bezig. Ik heb een tijdje aan de kant gestaan met een blessure, maar dat heeft me mentaal sterker gemaakt. Ik voel dat ik dichterbij ben dan ooit.”
Volgens Van der Meer zit de kracht van de sport niet alleen in prestaties, maar ook in de mentaliteit. “Windsurfers zijn wel een beetje een bijzonder volk. Aan de kant is het relaxed en een beetje chill, maar op het water gaat het gewoon volle bak. Daar wordt niks weggegeven.”
Joost Vink
Joost Vink
Voor Joost Vink, die samen traint met Luuc van Opzeeland, was de Trofeo Sofía een generale repetitie voor het seizoen. “Goed om hier nog te zien waar het beter kan. Die punten neem ik mee richting de momenten die tellen.”
Voor het Nederlandse team is dit moment extra beladen. De olympische kwalificatie komt eraan. Dit was geen gewone wedstrijd, dit was de laatste generale repetitie. Hier leg je de basis, of ontdek je waar het nog schuurt. De opdracht is helder: consistentie. Nu is het nog te wisselvallig pieken en dalen. De snelheid is er, het niveau ook, maar het zit nog niet stabiel genoeg in het systeem.”
Luuc van Opzeeland
Zes Nederlandse teams in de Medalseries op medaillekoers
Hoofdcoach Aaron McIntosh zei het al richting de start van de week: “Dit is geen prestatie evenement, maar wel een belangrijk meetmoment. Elke keer dat je aan de start verschijnt, is een graadmeter voor het werk dat je eerder hebt gedaan. Dit is de eerste van een serie meetmomenten en laat zien hoe onze wintertraining is verlopen.”
Dat blijkt ook deze week op de Trofeo Sofía, waar Nederland zich opmaakt voor een sterke slotdag. Nederland doet mee. Op de voorlaatste dag van de eerste Sailing Grand Slam van het seizoen hebben zes Nederlandse teams zich weten te plaatsen voor de Medalseries, waarin morgen de medailles worden verdeeld. Iedere van deze zes team heeft in theorie nog kans op een podiumplek.
Jessie Kampman
In het kitefoilen is Jessie Kampman de blikvanger. Als leider van het klassement plaatst zij zich direct voor de finale en geldt zij als een van de favorieten voor de eindoverwinning.
Odile van Aanholt en Marissa IJben + Bart Lambriex en Floris van de Werken
In de 49erFX plaatsen Odile van Aanholt en Marissa IJben zich voor de Medalseries, net als Bart Lambriex en Floris van de Werken bij de mannen eindigen de beide teams op een negende plaats. Nog niet kansloos.
Willemijn Offerman en Scipio Houtman
In de Mixed Multi Hull plaatsen Willemijn Offerman en Scipio Houtman zich met gemak voor de Medalseries. Met een vierde plaats in de ranglijst heeft ook dit gedreven team van de KNZ&RV Muiden alle kans op een podiumpositie.
Maxime Jonker
Maxime Jonker
In de ILCA 6-klasse eindigt Maxime Jonker van de KWV Loosdrecht als vijfde en plaatst zich daarmee overtuigend voor de Medalseries.
Luuc van Opzeeland
Bij de windsurfers houdt Luuc van Opzeeland de Nederlandse eer hoog. Met een zesde positie plaatst de windsurfer van WSC Aalsmeer zich voor de kwartfinales van de Medalseries en maakt hij nog altijd kans op een medaille.
Daarmee is Nederland in vijf van de tien olympische disciplines vertegenwoordigd in de beslissende fase, een bevestiging van de breedte én de kracht van de ploeg op weg naar LA28.
De Medalseries starten, onder voorbehoud van wind en weer, vanaf 11.00 uur.
Website met alle uitslagen: https://www.trofeoprincesasofia.org/en/default/races/race-resultsall
